
De olieprijs is maandag verder gestegen nadat de Amerikaanse president Trump een Iraans voorstel om de Straat van Hormuz binnen een week te heropenen van tafel veegde. Een vat Brent kost inmiddels rond de 106 à 107 dollar. Ook de rente op staatsleningen liep op, terwijl goud juist terrein prijsgaf. Op het Damrak gaat het derde kwartaal intussen de laatste dagen in met een bescheiden plus, met Shell als grote uitschieter.
Voorwaarden van Teheran
Iran had via bemiddelaars laten weten dat de zeestraat binnen zeven dagen weer open kan, terwijl de bredere onderhandelingen verdergaan. Daar hing wel een prijskaartje aan: Washington zou de zeeblokkade moeten opheffen, de militaire druk verminderen, de sancties op Iraanse olie laten vallen en instemmen met een staakt-het-vuren. Trump noemde dat onaanvaardbaar. Teheran liet daarna weten dat het zijn eisen niet bijstelt, waardoor de impasse voorlopig blijft bestaan. Voor de oliemarkt is dat geen detail. Voordat het conflict begon, ging ongeveer een vijfde van alle olie en vloeibaar gas ter wereld door de smalle doorgang tussen Iran en het Arabisch Schiereiland. Het aantal tankers dat er nu nog doorheen vaart, is een fractie van wat het was. Trump meldde wel dat in het weekend meer dan 20 miljoen vaten de straat hadden gepasseerd, maar dat nam de onrust op de markt niet weg.
Rente omhoog, goud omlaag
De duurdere olie wakkert de zorgen over inflatie opnieuw aan, en dat is direct terug te zien op de obligatiemarkt. De rente op tienjarige Amerikaanse staatsleningen steeg met vier basispunten naar 5,20 procent. Ook in Japan en Australië liepen de rentes op. Handelaren houden er inmiddels volledig rekening mee dat de Amerikaanse centrale bank de rente dit jaar nog een keer verhoogt. Goud, normaal een toevluchtsoord in onrustige tijden, deed ditmaal niet mee. Het edelmetaal zakte 0,7 procent naar ongeveer 4255 dollar per troyounce. Hogere rentes maken goud, dat zelf geen rente oplevert, minder aantrekkelijk. De dollar won aan kracht tegenover de meeste andere munten.
Shell drijft AEX
Op de Amsterdamse beurs is van paniek weinig te merken. Met nog drie handelsdagen te gaan staat de AEX dit kwartaal bijna 3 procent hoger. Die winst komt voor een flink deel op het conto van Shell. Het olie- en gasconcern profiteert van de hoge olieprijs en is dit kwartaal al ruim 24 procent meer waard geworden. Brent is dit jaar al meer dan 70 procent duurder geworden en stevent af op de derde maandelijkse stijging op rij. Voor de energiebedrijven op de beurs is dat gunstig, voor veel andere sectoren juist een kostenpost die op de marges drukt.
Pijn aan de pomp
Consumenten en bedrijven merken de spanningen vooral bij het tanken. Diesel bereikte in Europa en de Verenigde Staten recordprijzen, omdat de aanvoer uit het Midden-Oosten en Rusland hapert. Ook in Nederland zijn de brandstofprijzen de afgelopen weken naar ongekende hoogtes geklommen, waardoor steeds meer automobilisten over de grens gaan tanken. Voor transporteurs, boeren en andere grootverbruikers betekent elke stijging van de olieprijs een directe klap in de kosten. Hoe lang die situatie aanhoudt, hangt grotendeels af van de gesprekken tussen Washington en Teheran, en die zitten op dit moment muurvast.

