
Het kabinet wil vanaf 2028 een vermogenswinstbelasting in box 3. Die omslag kost de schatkist volgens Financiën zo'n 15 miljard euro tot en met 2035. De dekking komt vooral van kleinere spaarders en beleggers, tot onvrede in de Tweede Kamer tijdens de Algemene Financiële Beschouwingen.
Van aanwas naar winst bij verkoop
Tijdens de Algemene Financiële Beschouwingen, het jaarlijkse Kamerdebat over de begroting, bleek hoe lastig het nieuwe plan is. Minister van Financiën Eelco Heinen, VVD'er en de man achter de begroting, en staatssecretaris Eelco Eerenberg van D66 verdedigden een snelle overstap naar een vermogenswinstbelasting. Die heffing belast winst pas als je iets verkoopt, bijvoorbeeld een huis of aandelen. Eerder wilde het kabinet vooral een vermogensaanwasbelasting: dan betaal je elk jaar over de waardestijging op papier, ook als je niets verkoopt. Die route is nu grotendeels van tafel. Crypto en buitenlandse valuta blijven tot 2030 onder een aanwasheffing; daarna schuiven ook zij door naar winstbelasting. De Hoge Raad haalde het oude forfaitaire box 3-stelsel in 2021 onderuit, en sindsdien zoekt Den Haag naar een stelsel dat dichter bij het echte rendement ligt.
Miljarden gat, dekking bij spaarders
Het verschil in timing maakt een groot gat in de begroting. Bij winstbelasting komt geld later binnen dan bij een jaarlijkse aanwasheffing. Het ministerie van Financiën rekent tot en met 2035 op een cumulatieve derving van ongeveer 15 miljard euro. Premier Dick Jetten, leider van D66, en Heinen willen dat gat binnen het vermogensdomein dichten, niet via hogere lasten op arbeid.
Daarom daalt het heffingsvrije rendement vanaf 2028 van 1.800 naar 1.000 euro. Ook wordt het huidige heffingsvrije vermogen van zo'n 60.000 euro per persoon voor komend jaar gehalveerd. Volgens ramingen levert die aanscherping voor kleinere spaarders en beleggers zo'n 540 miljoen euro per jaar op. Honderdduizenden mensen die nu onder de vrijstelling vallen, kunnen daardoor sneller een box 3-aanslag krijgen.
Kamer verdeeld, deadline 2028
Verder stijgt het forfaitaire beleggingstarief voor 2027 richting bijna 8 procent, terwijl dat nu rond de 6 procent ligt. In box 2, de belastingbox voor directeuren-grootaandeelhouders, daalt het tarief tijdelijk van 31 naar 29,2 procent tot 2031. Dat moet ondernemers verleiden eerder winst uit te keren. Lenen uit de eigen bv wordt strenger: het maximum daalt in vijf jaar van 500.000 naar 100.000 euro, behalve voor de eigen woning. Financiën verwacht hierdoor miljarden aan extra ontvangsten, al is een deel daarvan vooral verschuiving in de tijd. Op termijn rekent het kabinet structureel op hogere vermogensbelasting dan in het eerdere box 3-voorstel, oplopend tot zo'n 450 miljoen euro per jaar.
In de Kamer is de steun dun. Coalitiepartijen VVD en CDA zijn ongelukkig over de druk op kleine spaarders. Links, met onder meer Jesse Klaver van de linkse partij PRO, en rechts, zoals JA21 en de SGP, blijven kritisch. Wel kreeg de begroting van Sociale Zaken steun nadat geplande bezuinigingen op sociale zekerheid van tafel gingen.
Voor de bredere derde begrotingsversie van het minderheidskabinet D66-VVD-CDA ontbreekt nog een stevige meerderheid. Het plan zit in een novelle, een aanvulling op bestaande wetgeving, die eind dit jaar door beide Kamers moet. Anders haalt de Belastingdienst de deadline van 1 januari 2028 niet. Voel jij dit vooral als eerlijker belasten van vermogen, of als een rekening voor spaarders met een bescheiden buffer?


